Noot 10 Handelsvorderingen en overige vorderingen

€ miljoen

2020

2019

Debiteuren, reguliere verkopen

68

 

78

 

Bijzondere waardeverminderingen van debiteuren

-10

 

-10

 

Handelsvorderingen

 

58

 

68

     

Vennootschapsbelasting

 

12

 

18

Overige vorderingen

 

44

 

44

Kortlopende financiële activa

 

-

 

10

Overlopende activa

 

193

 

194

     

Boekwaarde per 31 december

 

307

 

334

Ultimo boekjaar bedragen de bijzondere waardeverminderingen van debiteuren € 10 miljoen (2019: € 10 miljoen). De last in de winst-en-verliesrekening over 2020 inzake waardevermindering van debiteuren bedraagt € 3 miljoen (2019: € 1 miljoen). Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar het onderdeel kredietrisico van noot [34].

In de overige vorderingen is inbegrepen een vordering van € 7 miljoen (2019: € 8 miljoen) op minderheidsdeelnemingen.

De kortlopende financiële activa ultimo 2019 betrof het kortlopend deel van de langlopende vorderingen. Dit betrof met name een vordering op de gemeente Amsterdam inzake locatie Spaklerweg. Zie noot [7].

In november 2010 heeft Alliander een achtergestelde eeuwigdurende obligatielening uitgegeven voor een bedrag van nominaal € 500 miljoen. In de laatste 2 maanden van 2013 is deze achtergestelde eeuwigdurende obligatielening afgelost. Onder IFRS wordt dit instrument als eigen vermogen gekwalificeerd. Bij de betaling van de periodieke vergoedingen aan de houders van de in 2010 uitgegeven lening is uitgegaan van aftrekbare rentekosten voor de vennootschapsbelasting. Met de Belastingdienst werd geen overeenstemming bereikt omtrent de fiscale behandeling van deze lening. In de daarop volgende procedures bij de rechtbank en in hoger beroep bij het gerechtshof werd Alliander in het gelijk gesteld. De Staatssecretaris van Financiën is vervolgens tegen de uitspraak van het gerechtshof in cassatie gegaan. In zijn arrest van 15 mei 2020 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond verklaard. Kort nadat het arrest was gewezen zijn de implicaties van de uitspraak met de Belastingdienst besproken. Op basis van de uitspraak van de Hoge Raad zijn de rentelasten op de onderhavige eeuwigdurende obligatieleningen fiscaal volledig aftrekbaar. De Belastingdienst heeft de aanslag vennootschapsbelasting voor 2010 verwerkt conform het arrest en de bezwaarschriften voor de overige jaren gegrond verklaard. Daarnaast worden de bezwaarschriften ten aanzien van de aanslagen dividendbelasting gegrondverklaard en verminderd tot nihil. Hiermee vervalt de exposure voor Alliander van € 38 miljoen. De definitieve afwikkeling heeft inmiddels plaatsgevonden. Met dit arrest van de Hoge Raad komt een definitief einde aan het geschil ten aanzien de fiscale behandeling van de achtergestelde eeuwigdurende obligatielening uit 2010. Het arrest heeft geen gevolgen gehad voor de resultaten over 2020.